3

Babyzwemmen En Suikerklontjes

Ik weet het – de laatste post hier is van juli. Daar komt nog eens bij dat die post een vervolg hoort te hebben. Allemaal ontzettende no go’s voor een blogger, maar ik heb al heel lang geleden besloten dat die no go’s zo belangrijk niet zijn. Dus als ik hier 3,5 maand stil wil zijn middenin een vervolgverhaal, om vervolgens weer op te duiken met een gezellig keuvelblogje over moederen, nou…dan doe ik dat. Ja!

foto2.jpg

 

Moederen ja. Want dat doe ik nu al zo’n 10 maanden en 1 week. Ofzoiets. Ik hou de tel niet meer zo bij. Ik weet eigenlijk altijd alleen bij benadering hoe oud L precies is. Wel superhandig met een decemberbaby hoor – want het maandnummer is haar leeftijd, zegmaar. Oktober is de tiende maand dus ze is 10 maanden en nog iets. Chill!

Ja, moederen dus. Ik denk niet dat ik het precies doe zoals de doorsnee Zweedse moeder. Of beter gezegd: zoals de moeders in mijn oudergroep. Oudergroep? Dat zit zo: ergens tijdens mijn zwangerschap op een afspraak bij verloskundige Jessica vroeg ze mij of we ook mee wilden doen met de oudergroep van december. En ja, dat doe je dan, als first time parents die het goed willen doen. Je komt in een groep terecht met allemaal stellen die in dezelfde maand als jij een baby verwachten. Eerst ontmoet je elkaar een keer met allemaal bolle buiken (ja hehe de vrouwen dan he) en dan een maand na de geboorte weer, en dan gedurende het eerste levensjaar van al die baby’s een keer of wat. Er zijn verschillende thema’s die worden besproken, er worden wat activiteiten georganiseerd, en er is een hoop tijd om gewoon lekker je baby’s vooruitgang te vergelijken met elkaar te kletsen. Dit alles gebeurt op de öppna förskola oftewel een gratis peuterspeelzaal slash ontmoetingsruimte slash allerlei andere handige dingen in 1 gebouw.

Het leek me wel wat. Nieuwe mensen leren kennen is niet zo simpel in dit individualistische, koele land dus zo’n set up klonk goed. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, allemaal schattige baby’s erbij, en voila, friends for life. Maar zo ging het niet helemaal.

Ten eerste wonen we in een omgeving waar je het of doet zoals iedereen, of je bent een beetje apart. Dat maakt ons dus automatisch een beetje apart. (Je zou eens moeten zien hoe awkward mensen worden als blijkt dat we allebei geen betaalde baan hebben. Waar moeten we DAN over praten?! zie je ze denken. In welk hokje kan ik je nou plaatsen dan??)

Ten tweede heb ik dus alle kansen die er waren om friends for life te maken volledig laten liggen door niet trouw elke maandagochtend naar de baby fika en zanguurtje te gaan. Dat klinkt allemaal heel harmonisch en knus. Baby’s, liedjes en koffie – what could possibly go wrong. Nou, ik weet het niet, maar in 1 ruimte zitten met 20 baby’s en 20 moeders (en een verdwaalde vader want hey dit is Zweden en hier is iedereen gelijk) en 2 zingende leidsters en dan liedjes in het Zweeds gaan zingen met gebaren? die ik zou moeten kennen? en soms moet je blijkbaar je baby ineens in het rond zwaaien of op de grond leggen en ik ben dan steeds NET wat te laat. Of het kiekeboe liedje waarbij ik het he-le-maal verkeerd deed door de sjaal niet voor L’s gezicht te houden toen dat wel moest. Jongens, wat een ellende.

Ik heb nog eens een dappere poging gedaan, toen we een activiteit van de oudergroep hadden: een kleiafdruk van hand en voet. Hartstikke leuk. Maar J was aan het werk dus ik ging alleen met L die misschien 2 of 3 maanden oud was. En natuurlijk had L een off day dus ze huilde de hele tijd en wilde niet in het wipstoeltje en dus moest ik met 1 hand een mal knippen van karton en ook nog mijn initialen erin schrijven en weet ik veel wat – ik heb de herinnering ver weggestopt en het enige wat nog naar boven komt is een huilende L, vrolijke socializende andere deelnemers, en knallende koppijn. De afdruk heeft er nog maanden gelegen tot hij op een onbewaakt moment in mijn handen werd gedrukt door de leidster toen ik er toevallig eens was – ik had het ding het liefst weggegooid maar J vindt hem zo mooi.

En elke keer als ik die andere ouders zie bij een bijeenkomst dan valt het me op hoe fantastisch goed ze het allemaal doen. Ik weet nog goed dat tijdens de eerste bijeenkomst een moeder haar hongerige baby zo hup aan de borst deed. Zomaar. En ik had het zorgvuldig uitgekiend zodat ik L niet live hoefde te voeden maar een flesje kon geven, want voeden stond gelijk aan Veel Pijn, Veel Gekrijs en Veel Stress. Elke keer weer. Maar zij deed dat gewoon even (het is met mij ook goedgekomen hoor).
En die andere moeders gaan trouw naar alle öppna förskola activiteiten, doen aan babyzwemmen, en lepelen potjes voeding leeg aan een niet-protesterende baby geheel in schone schattige Newbie kleertjes. Babyzwemmen. Ik vind het al een hele prestatie als ik L in bad heb gedaan.

Ik heb het dus opgegeven met die hele oudergroep. Maar het steekt soms wel een beetje, want blijkbaar zitten die andere moeders al op het vriendschapsniveau van ‘surprise party’s voor elkaar organiseren’. Ach ja. Zoals J zei, ‘hadden ze hiervoor geen vrienden ofzo?’

Dus ik rommel maar wat aan thuis met die dochter van mij van 10 maanden en een beetje. Die ineens allemaal dingen leert waarvan ik denk, huh? Hoezo kun jij dit al? Laatst was je nog een baby die niet wist dat die hand bij haar lichaam hoorde?
Ze zit dan ineens op de klep van de afwasmachine. Of ze klimt vanuit de kinderstoel op de tafel om iets te pakken. Of ze gaat ineens TRAPLOPEN?! (hee ik zie hier een thema trouwens). En ze weet dat ze dingen kan willen, en dat wij dat dan soms niet okee vinden, en dat je dan kunt gaan krijsen. Superchill. En ze knuffelt graag en geeft open-mond-plak-kusjes en het geeft niks dat ze elke dag wel een keer haar snotneus aan mijn trui afveegt.
En voor de trap staat geen traphekje maar een bankje en voor de kachel staat geen hek maar een verhuisdoos. Werkt ook.

En af en toe gaan we koffie drinken bij een moeder die een gigantische stapel was heeft liggen die we dan samen gaan opvouwen. Of bij een moeder die haar kind soms een suikerklontje geeft, gewoon omdat hij daarom vraagt.
Van die moeders die ook maar wat doen.
Net als ik.

foto1.jpg

ps – nu ik er zo over nadenken vind ik ‘moederen’ best wel een allergieopwekkend woord. Net zoals van die mensen die dan zeggen ‘moe, moeier, moeder! hi hi hi’. Zullen we bij deze maar afspreken dat ik dit woord heb bedoeld met ironische ondertoon?

1

Met De Motor Naar Mustang – deel 2

Zo…heb ik jullie daar even met een gare cliffhanger laten zitten! In de regen in een dorpje een paar uur buiten Pokhara…goed verhaal.
Maar wees niet bang…het werd echt avontuurlijker dan dat.

‘s Ochtends begonnen we met een bord pap (voor J) en Tibetaans brood (voor mij). En zie daar: de regen was gestopt en niets hield ons nog tegen om Mustang te bereiken.

IMG_1598.jpg

Zoals gezegd gingen de eerste 100 kilometer over een enigszins verharde weg. Ik zeg enigszins, want als je naar bovenstaande foto kijkt zie je hoe het asfalt is afgebrokkeld langs de rand. Dat zegt iets over de verdere staat van de weg, kan ik je vertellen. En als je door het zoveelste gat stuitert ben je oprecht dankbaar voor goede vering.

Na Beni werd de weg iets minder goed…

IMG_1606.jpg

…en dat is wellicht een schoolvoorbeeld van een eufemisme. Maar de VR liet zich niet kennen: elke modderpoel kon die aan! Vond ik het eerst nog eng om door zo’n plas te rijden, denkend aan mijn Splendor met dunne bandjes en weinig profiel – na een paar keer reed ik zonder aarzelen elke plas in, zonder echt te weten hoe diep die zou zijn.

In de foto zie je ook een andere uitdaging waar ik mee te maken had: check mijn regenbroek. Nee, dat is geen regenbroek in shorts-uitvoering. Op de een of andere manier kroop dat ding steeds omhoog, en waren mijn onderbenen op geen enkele manier beschermd tegen al het opspattende water. SUPER irritant.

We besloten om in Tatopani te overnachten. Tatopani betekent trouwens letterlijk ‘heet water’, en dat is geen toeval, want in Tatopani zijn warmwaterbronnen te vinden. In Tatopani vond ook het volgende plaats:

IMG_1615.jpgWat u in deze foto ziet, is J die de VR het hotel in probeert te rijden. Waarom, hoor ik u vragen? Ja, dat vroegen wij ons ook af.
Volgens de manager van het hotel was het echt het ALLERbeste als we de motoren binnen zouden zetten. Prima natuurlijk, ware het niet dat dit hotel een redelijk smalle deur en een redelijk hoge drempel had. De pogingen waren dan ook totaal zonder bevredigend resultaat, al slaagden we er wel in om er heel belachelijk uit te zien – dat dan weer wel.

De motoren werden in een steegje vol afval tegenover het hotel geparkeerd, en dat steegje werd vervolgens ‘afgesloten’ met een paar reclameborden. Blijkbaar werkte deze methode, want de volgende ochtend stonden ze er allebei nog.

De volgende dag ging de tocht verder, steeds hoger de bergen in. En wat is het daar toch mooi…de foto’s doen het uitzicht geen recht. IMG_1679.jpg

IMG_1622.jpg

Nu is het tijd voor wat relativering. Want na dat gepraat over hoe cool ik wel niet ben, moet ik ook eerlijk vertellen over die keer dat ik niet zo cool was.

We reden op een stuk weg die er ongeveer uitzag als op de foto hierboven, maar dan waren de geulen ongeveer drie keer zo diep en de laag modder dus ook. En ineens zat ik vast! J reed een stuk voor me, en had niet door dat ik stilstond. Ik stond ook nog eens midden op de weg, en toen kwam er een jeep aan vanuit de tegenovergestelde richting.
Ik raakte lichtelijk in paniek (ik weet ook niet wat ik verwachtte – je kunt daar sowieso niet harder dan 10 km per uur dus het was niet alsof ik acuut gevaar liep ofzo.) Eindelijk keek J om en met een hoop gezwaai wist ik duidelijk te maken dat ik vast zat. Hij parkeerde zijn motor langs de weg, en sopte door de modder naar me toe. Eerst probeerde hij uit te leggen wat ik moest doen (koppeling inhouden dit en gas geven dat en zus en zo) maar ik snapte er niks van. Die paniek hielp ook niet mee. De jeep (vol nieuwsgierige passagiers) stond inmiddels tegenover me en wachtte geduldig tot ik uiteindelijk afstapte en door de modder wegsjokte, zodat J de motor uit de modder kon krijgen. Met stip mijn moment of glory van de tocht…

Binnenkort komt deel 3, waarin er een glansrol is weggelegd voor een kudde yaks!

0

Met De Motor Naar Mustang

Een van de coolste dingen die ik ooit heb gedaan in mijn leven is zo’n ding waaraan ik denk als ik eindeloze rondjes sjok achter de kinderwagen omdat L niet wil slapen – dan denk ik, Ruth je bent HEUS wel cool hoor, ook al zie je er nu even uit als een vermoeide moeder wiens hoogtepunt van de dag het dutje van de baby is zodat je met een kop thee op de bank Facebook kan doornemen.

Het was maart 2015, J en ik woonden in Nepal en het was tijd voor een werkgerelateerd bezoek aan een aantal dorpjes in de provincie Mustang – een prachtig bergachtig gebied, deel van het Annapurna bergmassief. Om in Mustang te komen rijd je eerst zo’n 100 kilometer over een geasfalteerde weg die in redelijke staat verkeert. Vervolgens wordt dit een smalle, onverharde weg die zich zo’n 100 km lang door en over de bergen heen slingert, en elke monsoontijd weer aan gort regent. Modderstromen en lawines helpen ook niet mee aan de kwaliteit van deze weg.

Er zijn verschillende manieren om hier te komen, en ze hebben allemaal zo hun voors en tegens, maar vooral tegens.

Ten eerste is daar de bus. Ik heb iets te vaak een afgrond ingestaard terwijl die bus over de smalle weggetjes hobbelde – en dan die keer dat we ‘m voelden wegglijden terwijl we een modderige heuvel op probeerden te komen. De stress die die bus mij heeft opgeleverd heeft me sowieso al jaren van mijn leven gekost, dus dat werd ‘m niet.

Dan is daar het vliegtuig. Gaat ook niet altijd goed, met zo’n minivliegtuigje tussen de bergen door. Wel veruit de snelste optie, maar je moet vervolgens een aardig eind lopen voor de dorpjes die lager in de vallei liggen.

Deze keer hadden we een beter plan. We zouden zelf rijden. Dat geen van beiden in het bezit is van een motorrijbewijs vonden we niet echt een punt. We reden allebei al jaren op onze vertrouwde Splendor: een klein maar fijn 100 cc motortje die ons nooit in de steek heeft gelaten. Het is alleen niet echt geschikt voor de bergen.

 

P1030853 (2014_05_02 15_24_49 UTC).JPG

Hij mag dan klein zijn – lange Nederlanders vervoeren kan die als de beste!

Een VR moest het worden. We hadden er al een, die J gebruikte om voor zijn werk in afgelopen dorpjes te kunnen komen. Een tweede zouden we huren. Dit was al een uitdaging op zich – de verhuurder deed alsof hij zijn eerstgeboren kind aan ons meegaf, en wilde dat we als borg onze paspoorten achterlieten. Ehm, nee knul. Dat wordt hem niet. Ik weet niet hoe we bij geval van kwijtraking/brand/who knows what ooit aan onze respectievelijke ambassades zouden kunnen uitleggen dat we ons paspoort bij een onbekende man hebben achtergelaten die t shirts verkoopt en motoren verhuurt vanuit een miniem winkeltje ergens in Lakeside, Pokhara. Uiteindelijk lieten we een grote stapel geld en de Splendor bij hem achter.

Ik had dan wel veel ervaring met de Splendor en het rijden in Nepali verkeer (een verhaal opzich), de VR is net even wat anders. Een stuk hoger, veel sterker, maar ook zwaarder schakelen en een andere ‘volgorde’ van versnellingen. Er werd dus eerst geoefend. En zo reden we rond, ik op de VR, en J op de Splendor, die er ineens uitzag als een kinderfietsje naast de reusachtige VR. Okee, enigszins overdreven, maar het zag er gek uit. Nu zijn motoren sowieso al niet echt vrouwendingen in Nepal. Maar om een vrouw op een VR te zien rijden slaat echt alles, zo bleek. De buurkinderen riepen J zelfs na waarom hij niet op de VR zat in plaats van ik.

Na wat rondjes in de buurt besloten we dat we klaar waren om 180 km off road te rijden, met bepakking. Niet gehinderd door enige kennis of ervaring planden we onze trip, en op een mooie ochtend vertrokken we.

IMG_1587

IMG_1590

Als je goed kijkt zie je de angst in mijn ogen ;-)

Of nou ja, mooie ochtend…het regende. En het bleef regenen.

Na een paar uur gereden te hebben begonnen onze regenpakken water door te laten. We brachten een uur of wat door in een restaurantje langs de weg, in de hoop dat het zou opklaren.

IMG_1592

Ons uitzicht. Gelukkig hadden ze wel lekkere thee.

Maar helaas – het was zo’n bui die nooit eindigt. Daarom besloten we om een kleine omweg te maken en de nacht door te brengen in het hotel van een bekende van me, in een naburig dorp.

De volgende dag ging de tocht verder…

wordt vervolgd!

4

Waarom Moeders Druk Zijn

Lang voordat ik een kind kreeg, zelfs lang voordat ik zwanger was had ik al een aardig beeld van hoe het is om moeder te zijn. Gebaseerd op blogs, Facebookberichten en verhalen van ervaringsdeskundigen was ik helemaal op de hoogte: moeders zijn druk.

Te druk om te douchen, te druk om te eten, te druk om te poepen. Ze zijn dag in dag uit en nacht in nacht uit bezig met andere dingen dan hun lichamelijke verzorging en andere noodzakelijke dingen in het leven.

Nu ik dan zelf ook moeder ben (ieks! dat klinkt gek) ben ik erachter dat ik gelijk had, maar er ook heel erg naast zat. Ik dacht namelijk dat al die moeders druk waren met luiers verschonen, babyprakjes maken, beddengoed verschonen en dat kind in leven houden.

Maar nee. Dat is bijzaak.

Ze zitten de hele dag te googlen. Of ze zitten de hele dag het Babyevangelie Volgens Henzelf te verkondigen op diverse fora en facebookgroepen.

Dacht ik vroeger dat voor een baby zorgen redelijk fool proof was (op tijd voeren, verschonen en laten slapen – klaar), nu weet ik beter: er zijn honderden, wat zeg ik, duizenden zaken rondom die baby waar je a) niks over weet, b) waarvan je niet eens wist dat het een issue was, en c) waar iedereen een andere mening over heeft.

Borstvoeding of kunstvoeding, draagzak of draagdoek of kinderwagen, met bijvoeden beginnen na 4 maanden of na 6 maanden, Rapley of puree, cosleeping of alleen slapen, laten huilen of niet – er ging een wereld voor me open. En in die wereld zijn een heleboel moeders te vinden die precies weten hoe het moet.

Met kunstvoeding vernachel je de kwetsbare darmpjes van je baby, als je eenmaal met een fles begint kun je ‘live’ borstvoeding wel gedag zeggen, met een kinderwagen gaat het helemaal mis met het hechtingspoces, aan gepureerd eten valt niks te ontdekken, met Rapley krijgt je kind niet genoeg binnen en ben je de hele dag aan het schoonmaken, je kind moet niet wennen aan vlak bij jou slapen, je kind is eenzaam in z’n eigen kamer, je mist alle hongersignalen als je kind alleen slaapt, je kunt nooit meer doorslapen als je aan cosleeping doet, als je voor 6 maanden bijvoeding geeft krijgt je kind geheid darmklachten, als je te lang wacht met bijvoeding leert je kind nooit gevarieerd eten, in het openbaar voeden is NOT DONE, in het openbaar voeden is het RECHT VAN MOEDER EN KIND.

En terwijl ik me door deze zee van vraagstukken navigeerde, zo rond de tijd dat ik aan het leren was wat Rapley precies is, vroeg ik me ineens af: Ruth. Ben jij er zo een?

Ik heb een draagzak.
L slaapt naast me (ja nee maar niet IN ons bed hoor stel je voor rustig aan iedereen niet in paniek raken het is allemaal veilig!!1!).
De Rapley methode lijkt me wel wat.
Ik doe aan borstvoeding, op verzoek nog wel, en ben voorlopig niet van plan daar mee op te houden.

Ben ik er ‘zo een’?

Ben ik een hippiemoeder?

Maar nee.

Ik ben geen ‘hippiemoeder’.

Ik ben een ‘moeder die doet wat werkt voor ons en voor de baby’ (iets minder pakkende term, I know).
Want dat is toevallig een draagzak. (wat het echt af zou maken is als ik ook nog eens 4 verschillende doeken zou hebben liggen thuis, waar je jezelf inwikkelt en vervolgens met een zeemansknoop vastmaakt. No thanks).
En dat is cosleeping (hoewel ik voor L’s geboorte ook dacht dat een baby na een maand of wat naar z’n eigen kamer hoort te gaan, zou ik nu niet meer weten waarom dat nodig zou zijn. Zij slaapt goed, wij slapen goed (okee, Jacob met oordoppen) en als ze honger heeft hoef ik mijn warme bed niet uit. Dat is een win-win-winsituatie, zoals we dat hier noemen).
En misschien is dat Rapley. Want dat lijkt me gewoon superhandig, kind eet wat wij eten, klaar. Het is al ingewikkeld genoeg allemaal. Heb ik net de borstvoeding onder de knie, komt het cb aanzetten met een folder over wanneer baby wat mag eten omdat het langzamerhand tijd wordt om daaraan te gaan denken. Gedoe. Maar als ze dat hele Rapley gebeuren niet snapt, of als ze het liefst gepureerde wortel van een lepeltje eet, of als ik het constante schoonmaken niet meer relaxed vind, dan halen we gewoon de blender tevoorschijn en klaar.

En als iedereen dat nou zou doen he. Lekker doen wat jij vind dat goed is en wat werkt voor jou en de baby.  Zolang die baby daarnaast maar een hoop liefde krijgt kan er niet ontzettend veel mis gaan :-)

(en dan hebben al die moeders ook weer tijd voor dingen zoals, ik noem maar wat, douchen. En poepen.)

1

Blogging About Babies

When I changed the design of my blog quite a while ago, a friend hinted that maybe it was in preparation of family expansion. That was not the case, I just liked the theme and the colors, but now that that family expansion is on the way I realize that our current life situation + my current blog design = seemingly high likelihood of this blog turning into a ‘mommy blog’. (puke)

Well, eh…no. Not going to happen. First of all, why would I want to share every fart and hiccup from a human being who might be the center of MY world, but will most certainly not be the center of anyone elses world (at least not for a while)?
Second of all, bo-ring.

So don’t worry. I will keep all the details of my ‘safe cribs’, ‘EU standards for baby mattresses’, ‘can I paint while pregnant’, and ‘what is snissing’ Google searches to myself (don’t Google that last one unless you are pregnant). I also won’t bore you with ’25 baby food recipes’, because Pinterest. So I guess I will just keep doing what I have always done: write when I feel like it, about whatever I feel like writing about.

Like this:

Based on some very scientifically reliable research, I have come to the conclusion that this little baby:

a) will only feel at home with the sounds of drills, axes and saws. (and no, I don’t watch horror movies all the time – it’s called renovating/building)

b) is going to love cello music.

c) already loves her dad more than me. Just kidding. But seriously.

1

I Can’t Find My Words

Writing is what I do and what I have always done. Yet it seems like the last weeks, or really months, I haven’t been able to find my words. Maybe there is too many words in too many languages in my head and am I just too busy organizing them, too busy to write them down.

So instead today I will share words from someone else, a song that I listened to and that I enjoyed.

“Please Be My Strength” – Gungor

I’ve tried to stand my ground
I’ve tried to understand
but I can’t seem to find my faith again

like water on the sand
or grasping at the wind
I keep on falling short

please be my strength
please be my strength
Cause I don’t have anymore
I don’t have anymore

I’m looking for a place
that I can plant my faith
one thing I know for sure

I cannot create it
I cannot sustain it
It’s Your love that’s keeping (captured) me

Please be my strength…

at my final breath
I hope that I can say
I’ve fought the good fight of faith

I pray your glory shines
through this doubting heart of mine
so my world would know that You

You are my strength
You and You alone
You and You alone
Keep bringing me back home

6

The Cold In Nepal

(Disclaimer: I wrote this post 2 weeks ago, and then forgot about it. But it’s still relevant…kind of.)

Before we left for Nepal, many people in Sweden would ask us ‘So how is the weather in Nepal?’. On a side note: I have no memory of getting this question that often when I would be in the Netherlands before going somewhere far. Why, Sweden? What’s so interesting about the weather?

Anyhow, usually the conversation would go something like this:

Us: Pretty cold, now that it’s winter!
Them (picturing Sweden in wintertime): Oh, really? Does it snow?
Us: No, it actually doesn’t go below zero where we live.
Them: So what is the average temperature?
Us: Well…in day time it can be up to 20 degrees, in the sun. (we see an eyebrow go up slightly)
Us, quickly: But it gets colder in the evening! And, and, there is no heating! No really…we SUFFER!
We can just see how they quietly judge us….how dare you say it’s cold in Nepal! Sweden in winter, now THAT’S cold!

And while we understand that cold is relative, and that snow and ice would be much worse than what we have to endure, I would like to do an effort to make you, dear reader, understand what it’s like to experience a Nepali winter. Because temperatures don’t say THAT much without central heating.
If you do like to know better what the temperatures are, I got this forecast for Pokhara. Check out those minimum temperatures! It’s ALMOST freezing, at least!

het weer

First of all, the houses are made of concrete, often with marble floors. Doesn’t quite give that cozy atmosphere you’re looking for when you can see your own breath coming out in clouds.
Then the windows are single glass, with wooden frames that never fit well. To illustrate this: with all doors and windows closed, we can still see the curtains move back and forth in the draft…
While the sun in the day time is lovely, the moment you step into the concrete house you can feel the cold come up from the floors. It doesn’t hold heat at all. Even when you put a gas heater in the room, you only get warm sitting right in front of it. Because the lack of insulation, all the heat then goes straight through the windows (and the 5cm gap under the front door doesn’t help much either, I suppose).

Cloudy days are the worst. There is nowhere to heat up, so you just wrap yourself in a fleece blanket, while dreaming of the beaches in Thailand.

This is what I wear on a regular winter day (besides underwear, obviously):

– long johns (or just some good old plain leggings from H&M)
– pants
– 2 pairs of thin socks
– 1 pair of thick woolen socks (if I’m indoors)
– tank top
– t shirt
– long sleeve (or 2)
– fleece vest

Sometimes indoors I will add one of Jacobs hoodies, or a down vest, and I always walk around on slippers, so my feet stay warmer.
On the motorbike I will wear a soft shell (wind stopper or something) jacket instead of the fleece, although when driving at night I need both.
When walking or cycling I will take of the fleece, but only if I’m moving/in the sun.

But before you start sending us electrical blankets, hot water bottles and down pants: it’s really not that bad, as the temperatures will rise again in February, and then boom, summer comes: 7 months of 30 plus degrees and humidity. We love the marble floors, then. And would be miserable if the houses were actually insulated.

So really. We’ll be fine ;)