Being Clean Is Overrated

The other day I wrote I would go into the wild for a couple of days, but due to a persistent case of the explosives (I was not the victim) it was postponed.
But on Wednesday at last I was able to make the long journey, which started at my house 7am, and ended around 12am in a village in the middle of nowhere.

Thanks to a very talkative though nervous engineering student next to me, who rather used his time for a ton of questions directed towards me instead of studying metals for the exam he would have to take in 2 days, the 2 hour drive to the dusty little town of Dumre was over before I knew it. And there he was – Jacob. Waiting for me. Not seeing each other for a whole week is quite a long time if for the past 4 months you’ve seen each other (pretty much) every day, but as you know – you can only express your joy about these things with a big smile. Oh well. You get used to it.

A plate of dal bhaat later we were sitting in the next bus. According to some guys it would only leave in 1,5 hours. It was obvious they were trying to trick us to take a taxi instead, for 10 times the price, and our suspicions were confirmed when the bus left 20 minutes later.
To trick us, you have to be smart, my friend. Real smart.

You never know for sure who’s the conductor in the bus, but if there’s someone with a pile of money in his hands, that could be an indication. Even before the bus left we were asked to pay our fare, and once again we didn’t fall for their crooked talk. No, it’s 50 rupees a person, not 100. Actually, it’s 40, but you can keep those extra 10.
But this guy didn’t stay on the bus, and when the real conductor showed up he was quickly updated about the current situation (who still had to pay, etc.). Unfortunately something went wrong and a while later this guy also wanted to see money. But I’m sure you can guess what happened: our wallets remained closed.

In Baisjangar (twenty two river crossings) we jumped off the bus, and secretly hoped that the bunch of white hippies that was in the bus as well would, in their confusion, also get off. But no.

The rest of the trip was a whole lot more pleasant than breathing in fumes on a cramped bench. Rural Nepal is simply beautiful.

One hour, a descent and an ascent later (we had to cross that river, after all) we rested a bit at Julie’s place, our host. She provided us with tea every morning, and dal bhaat at 9am and 6pm, and then she also kept the house and the church clean, worked in the veggie garden, washed the clothes, led meetings with the church leaders, and maintained relationships with everyone inside and outside the village. No one can pass by Julie’s house without a short talk, even if it’s just 2 sentences.

During the 4 days that followed I didn’t just learn how to mix cement, how to lay bricks, and how to determine altitude difference using a hose, 2 sticks and some water, but also how complex Nepal is, what the words for brick and cement are in Nepali, that Jacob is a hero, and that he would still love me if I had just one leg.

And for the record: thanks to my translation efforts a few potential disasters have been prevented, such as ordering a double load of bricks.

A little more about village life, because I didn’t put that title there for no reason.
Because all your shower rituals go out of the window when you’re staying in a place like Rainashtar, where the shower is a tap and a barrel with water. In the yard. Next to the village’s main road.
You also learn to live with the fact there’s mice walking through your bedroom – where you’re sleeping on the floor. I built defensive walls around my head with clothes and my backpack, because my biggest nightmare is that they’ll walk over my face in the middle of the night.
Talking about sleeping – you go to bed at 8pm and get up at 6:30, as there’s really nothing to do at night. Except for watching Seinfeld, but there are limits as to how many episodes you can watch in one day.
The food is dal bhaat, twice a day, and I really don’t mind, except that at 1pm and 5pm I get so hungry, all I can do is sit in a corner, being grumpy. But then there’s Rara Noodles, dry from the packet. The perfect snack. A melted Twix also become veeery attractive in times like that.

Here’s a little observation. In a city like Pokhara, a Nepali speaking foreigner is not really a novelty anymore. In the village, on the other hand…
The following situation has happened to me many times and I still don’t get it.
I am being stared at by Nepalis, who are already amazed by the fact I am this white, without using any cremes for that. Well, for your information – I am trying to tan here, thankyouverymuch.
Then they hear me speak Nepali.
And then, while sitting on a distance of 2 meters, they turn to their friends and discuss at length how that whitey over there is speaking Nepali, isn’t it unbelievable, and look at how white she is by the way, etc. etc.
Ladies and gentleman. Has it ever occurred to you, that if I speak Nepali, I can follow that conversation as well?

I had an awesome time, and now I’m back and it’s time to take a shower. It may be overrated, but still a hot shower is just really really nice.

 

This is the shower.

 

I like this picture a lot, because it shows how things work in Nepal, in so many ways.

 

Baba wears long johns under his shorts. And during our stay, he painted the house blue. Very blue.

 

And then he added some red details.

 

Ik schreef laatst al dat ik een paar dagen de rimboe in zou gaan, maar dankzij een aanhoudend geval van the explosives (waarbij ik deze keer niet het slachtoffer was) werd dat uitgesteld.
Maar op woensdag mocht ik dan toch eindelijk de lange reis afleggen, die begon om 7 uur bij mijn huis, en eindigde rond 12 uur in een dorpje in de middle of nowhere.
Dankzij een praatgrage doch nerveuze bouwkunde student naast me, die zijn tijd liever gebruikte voor een spervuur van vragen richting ondergetekende in plaats van metalen te bestuderen voor zijn examen 2 dagen later, was de 2 uur durende rit naar het stoffige stadje Dumre zo voorbij. En daar stond Jacob me al op te wachten. Een week lang elkaar niet zien is best wel heel lang als je elkaar 4 maanden lang (zo goed als) elke dag hebt gezien, maar je weet het – de vreugde daarover mag alleen worden geuit met een brede glimlach. Tja. Je went eraan.

Een bord dal bhaat later zaten we klaar in de volgende bus, die volgens een paar mannetjes pas 1,5 uur later zou vertrekken. Dat zij ons wilden strikken voor een taxi, 10 keer zo duur als de bus, hadden we kunnen raden en ons vermoeden werd bevestigd toen de bus 20 minuten later vertrok.
Om ons om de tuin te leiden moet je van goede huize komen, vrind.

Wie er precies de conducteur is in de bus weet je nooit, maar als iemand een stapel geld in zijn hand heeft is dat wel een duidelijke aanwijzing. Nog voor de bus vertrok werd ons om geld gevraagd, en wederom trapten wij niet in hun slinkse praatjes. Nee, het is 50 rupees per persoon, geen 100. Eigenlijk 40, maar die 10 extra mag je houden. Maar deze meneer ging niet mee met de bus, en toen de echte conducteur binnenstapte werd hij kort gebriefd over de stand van zaken (wie er nog moest betalen etc.). Helaas ging dit mis en niet veel later wilde ook hij geld zien. Maar u raadt het al. Onze portemonnee bleef dicht.

In Baisjangar (tweeëntwintig rivier-overgangen) sprongen we de bus uit, en stiekem hoopten we dat het stelletje blanke nozems dat ook in de bus zat in hun verwarring ook uit zouden stappen. Maar helaas.

De rest van de tocht was een stuk aangenamer dan op een krap bankje uitlaatgassen in moeten ademen. Het ‘platteland’ van Nepal (dat is nou wat ze een contradictio in terminis noemen. Plat land? In Nepal? Ha!) is fantastisch.

Eén uur, een heuvelafdaling en een heuvelbeklimming later (we moesten nou eenmaal die rivier oversteken), rustten we even uit bij Julie, onze gastvrouw. Zij voorzag ons van thee ‘s ochtends, dal bhaat om 9:00 en 18:00, en verder hield ze het huis en de kerk schoon, werkte ze in de groentetuin, waste ze de kleren, leidde meetings met de kerkleiders, en onderhield contacten met het hele dorp en alle dorpen in omstreken. Niemand loopt haar huis voorbij zonder een praatje met Julie, al is dat maar 2 zinnen lang.

In de 4 dagen die volgden leerde ik niet alleen hoe je cement mixt, hoe je een muurtje bouwt van bakstenen, en hoe je hoogteverschil bepaalt met een buis, 2 stokken en wat water, maar ook hoe complex Nepal is, wat baksteen en cement is in Nepali, dat Jacob een held is, en dat hij nog steeds van me zou houden als ik 1 been had.

En for the record: dankzij mijn inspanningen als vertaler zijn er heel wat potentiele rampen voorkomen, zoals een dubbele lading bakstenen.

Iets meer over ‘village life’, want die titel is er niet voor niets.
Al je was- en doucherituelen gaan namelijk het raam uit als je in een dorp als Rainashtar verblijft, waar de douche een kraan en een ton met water is. Op het erf. Aan de hoofdstraat van het dorp.
Je leert ook leven met het feit dat er muizen door je slaapkamer lopen – waar jij op de grond slaapt. Ik bouwde verdedigingsmuren rond mijn hoofd met mijn kleren en mijn rugtas, want mijn grootste nachtmerrie is dat ze midden in de nacht over mijn gezicht lopen.
Over slapen gesproken – je gaat om 8 uur naar bed en staat om half 7 op, want er is gewoon echt niks te doen ‘s avonds. Behalve Seinfeld kijken, maar er zijn grenzen aan hoeveel afleveringen je op 1 dag kan kijken.
Het eten is dal bhaat, twee keer op een dag, en daar heb ik weinig problemen mee, ware het niet dat ik rond 1 uur en rond 5 uur zo’n trek krijg dat ik niks anders kan dan chagrijnig in een hoekje zitten. Maar dan is er Rara Noodles, zo uit het zakje. De perfecte snack. En gesmolten Twixen zijn dan ook ineens heeeel aantrekkelijk.

Hierbij een observatie. In een stad als Pokhara is een Nepali sprekende buitenlander niet echt een noviteit meer. In een dorpje daarentegen…
Het volgende is me al heel vaak overkomen en ik begrijp het nog steeds niet.
Ik word aangestaard door Nepali’s, die het sowieso al heel bijzonder vinden dat ik zonder enige cremes toch zo wit ben. Ja, bedankt, ik probeer hier bruin te worden, okee?
Vervolgens horen ze me Nepali spreken.
En dan, terwijl ze 2 meter verderop zitten, bespreken ze uitvoerig met hun vrienden hoe die witte daaro Nepali praat, het is toch niet te geloven, nou ja zeg, en wat is ze wit trouwens, etc. etc.
Dames en heren. Is het wel eens bij jullie opgekomen, dat als ik Nepali spreek, ik dat gesprek misschien ook kan volgen?

Het waren 4 fantastische dagen (bonus voor als je de referentie kent) en nu is het tijd voor een douche. Het mag dan overrated zijn, een warme douche is alsnog gewoon heel erg fijn.

5 thoughts on “Being Clean Is Overrated

  1. Zelfs in Ierland wil ik je blog lezen! Ik wil meer horen over de typerende foto. Tell me all! Ik ga nu ook lekker warm douchen (hopelijk), vanochtend helaas geen warm water meer. Groetjes aan je ‘daor’!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s